Mechelen: woensdag, 24 juni 2026

Bij de Mechelse pompiers

1822 - 2014

Veel gestelde vragen

Beste bezoeker, misschien zijn er toch nog zaken die niet helemaal duidelijk zijn of waarover je meer wil weten. In de onderstaande lijst vind je alvast alle informatie die relevant was voor het Mechels brandweerkorps.

li

Het oudste reglement dat men terug vindt in het stadsarchief dateert van 1807.

Maar op 25 februari 1822 werd er in de stad een eerste brandweerkorps ingericht.

Tot de jaren 2000 werkte men in een stelsel van 56 uren per week.

Meestal waren het 24 u shiften, dit kwam neer op een 24 u dienst gevolgd door 24 u vrij, daarna terug een 24 u dienst en dan 72 u vrij.

Tot de jaren '90 was dit wel het geval, of zeker in een straal van 10 km.

Vanaf 1999 werd de woonstverplichting afgeschaft.

Er zijn nooit brandweervrouwen in dienst geweest in het korps van Mechelen.

Vanaf de jaren 2000 was er wel een vrouwelijke sportmonitor dagelijks aanwezig in de kazerne, zij nam de dagelijkse conditieoefeningen voor haar rekening.

De hoogste functie was kapitein-commandant. Daarna volgde:

  • Kapitein
  • Luitenant
  • Adjudant
  • 1esergeant majoor
  • 1esergeant
  • Sergeant
  • Korporaal

Ja, dat kon alleen na een schriftelijke aanvraag aan het schepencollege.

Tijdens opendeurdagen was de kazerne wel toegankelijk voor het grote publiek.

Er waren twee ziekenwagens in dienst die dagelijks de nodige oproepen afwerkten. Maar in 2006 besliste het stadsbestuur om de ambulancedienst in Mechelen af te schaffen.

Wanneer een brandweerman voor een dienst op de kazerne arriveert, is zijn eerste prioriteit om zijn voertuig en persoonlijke beschermingsmiddelen te controleren en zich klaar te maken voor de volgende oproep.

In Mechelen werd er een werk en oefenschema opgemaakt, dit hield in dat de kazerne elke dag werd onderhouden. In de voormiddag resulteerde dat in het poetsen van de lokalen en in de namiddag stond er een oefening op het programma, nadien volgde dan minstens 1 u sport.

In de kazerne waren er twee slaapzalen ingericht. Na het einde van de dagtaak meestal na 18u was men vrij. Tijdens de nacht kon men rusten tenzij er natuurlijk een oproep was.

Tot de jaren 2000 was dit met een belsignaal dat door de centralist werd gegeven. Er bestonden verschillende belsignalen elk specifiek voor een interventie. Nadien is dit systeem verandert door op verschillende plaatsen in de kazerne digitale informatieschermen te hangen waarop de aard van interventie te lezen was.

Iedere brandweerman in het korps moest de opleiding dringend geneeskundige hulpverlening volgen in de provinciale brandweerschool.

De badge-100 die men na het slagen van de cursus ontving was noodzakelijk om met de ziekwagen te mogen rijden.

Dagelijks moesten de manschappen anderhalf uur sport beoefenen. De sportmonitor zorgde voor de nodige variatie door het aanbieden van verschillende oefeningen.

Er waren twee compagnies, die op hun beurt onderverdeeld waren in drie ploegen. Zij werkten in een 24 u schiften, er waren telkens twee ploegen op dienst de derde ploeg was vrij. Er was een dagelijkse bezetting van 19 man + 1 officier aanwezig in de kazerne.

Voor elke brandmelding in de binnenstad vertrok er; 1 commandowagen (2 man), 1 autopomp (6 man) en 1 ladderwagen (2 man). In totaal waren dit 10 brandweermannen. Bij een oproep voor een buitengemeente werd er een extra tankwagen meegestuurd met nog eens twee brandweermannen.

In de autopompen zat er standaard meestal 2.000 liter water. In onze tankwagen was dit 12.500 liter.

Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell