Mechelen: woensdag, 24 juni 2026
Op het einde van de 19e eeuw zijn er veel klachten over onze pompiers, altijd komen de pompen te laat, drie kwart of een uur nadat de brand zich verklaarde. En inderdaad ons pompierskorps was verre van up-to-date zeker in vergelijking met veel steden van dezelfde omvang als Mechelen.
Men moet weten dat de stad toen over een vrijwillig brandweerkorps beschikte voor de binnenstad, maar ook de wijken Nekkerspoel en Battel hadden elk hun eigen brandspuit met een handpomp, ze bleven bewaard op de koer van de gemeentescholen.
In 1888 moet onze vrijwillige brandweer ook niet dat zijn geweest, wanneer we een interpelatie van raadslid Ryckmans mogen geloven, hij citeerde:
Er zijn vele klachten over onze pompiers, bijna altijd komen ze te laat, drie kwart of een uur nadat de brand zich verklaarde.
En als de pompiers dan willen beginnen blussen wordt men gewaar dat het materiaal niet deugt en onbruikbaar is.
De pompen werken niet, de darmen barsten, hier is het een sleutel die niet past, ginder is het wat anders, en intussen brandt alles lustig en ongehinderd verder.
De politie wordt eerst verwittigd, doch indien de brand niet al te hevig is en bijgevolg (vanop de Sint Romboutstoren) moeilijk kan opgemerkt worden, zendt men eerst een politieagent uit om te gaan zien of de brand wel echt is en niet uitgevonden werd door een grappenmaker.
Als er dan geen twijfel meer bestaat, worden er 2 of 3 agenten uitgezonden om in gans de stad de pompiers te gaan verwittigen dat het brandt.
Die pompiers moeten dan eerst naar het brandspuithuis komen om hun uniform aan te trekken. Veronderstel nu, zo ging onze interpelaat verder, dat het brandt in de Stationstraat waar toevallig de pompier woont, dan moet de man eerst naar het brandspuithuis lopen in de Hallestraat om zijn uniform op te halen en dan teruglopen naar zijn eigen straat om te blussen.
Wij zijn 50 jaar achteruit op alle andere Belgische steden. Tijdens de gemeenteraad van 14 december 1888 werd beslist om het toenmalige vrijwillige pompierskorps af te schaffen en een volledig nieuw brandweerkorps op te richten dat beter moest uitgerust zijn.
De leden van de commissie waren het grondig eens en richtte haar onderzoek op drie voorname punten, namelijk:
De leden van de Bijzondere Commissie waren het allen eens en stelde voor om in de stad Mechelen een gewapend pompierskorps op te richten, dit werd trouwens door een KB vastgelegd.
Dit systeem bestond reeds in andere steden waaronder; Schaarbeek, Dendermonde en Doornik en wierp overal zijn vruchten af. In al die steden vormden de pompiers als het ware een keurkorps.
Het korps zou bestaan uit: kapitein-bevelhebber, luitenants, onderluitenanten, twee geneesheren-officieren, onderofficieren, korporaals en pompiers in totaal 100 man.
De pompiers werden in twee secties verdeeld, de ene sectie was belast met de dienst der brandspuiten, de andere had een orde-en politiedienst. Iedereen ging een verbintenis aan voor 5 jaar.
De leden van het brandweerkorps werden ontslagen uit de Burgerwacht, men kon de twee niet combineren.
De pompiers moesten niet alleen gewapend optreden tijdens plechtigheden en feesten, maar konden ook ingezet worden bij wanordelijkheden die echter niet zwaar genoeg waren om de Burgerwacht op te vorderen.
Er werd ook een hulpkas opgericht die de pompiers bij ziekte of geneeskundige verpleging gratis bijstand gaf.
Een ander punt was de oprichting van kleine korpsen in de verschillende wijken van de stad, waaronder Battel.
Voordien had het brandweerkorps van Nekkerspoel reeds zijn diensten bewezen. Er werden ook korpsen opgericht in de wijken van Hanswijk de Bercht en Hombeeksesteenweg.
De totale kosten voor deze herinrichting werden geraamd op 10.000 oude Belgische Franken.
Deze grote verandering werd goedgekeurd in vergadering van 14 juli 1891 door de gemeenteraad onder leiding van burgemeester Frans Broers.
In 1885 komt er een vraag om een hulp op te richten in de wijken Battel en Nekkerspoel. In 1886 stelt het schepencollege voor om een pomp te plaatsen in de wijk Nekkerspoel. Ze wordt opgesteld in de gemeenteschool, eveneens wordt er onder de bewoners van de wijk een vrijwilligerskorps opgericht. In 1891 waren er 7 branden in de stad. De gemeenteraad besliste een tweede kruiwagenpomp aan te kopen. Ze werd op de binnenkoer van het stadhuis geplaatst. Ze werd geleverd door het huis Beduwé uit Luik.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell