Mechelen: donderdag, 25 juni 2026

Bij de Mechelse pompiers

1822 - 2014

Voorwoord

picAan het ontstaan en de geschiedenis van dit verdienstelijk korps zijn heel wat daden en feiten aan vooraf gegaan, hieruit zal blijken hoe de strijd tegen het brandgevaar en het vuur in de loop der tijden stillaan vordering heeft gemaakt.

Door toepassing van steeds nieuwere technieken heeft men geprobeerd de Mechelse bevolking te beschermen en voor rampen te vrijwaren.

Reeds in volle Middeleeuwen vaardigde de Mechelse magistraat bij middel van ordonnanties en reglementen een bewuste politiek van brandpreventie uit.

Daarbij werden alle lagen van de bevolking maar vooral ambachten en gilden betrokken. Dit wijst op het hoge sociale karakter van die tijd.

Het eerste uitgebreid reglement betreffende maatregelen ingeval van brand, dateert van 23 januari 1687. Het voorziet dat de torenwachter bij brand, onmiddellijk op de brandhoorn moet blazen in de richting der 4 kwartieren van de stad.

Er werd door de stad een brandmeester aangesteld die onmiddellijk ter plaatse moest komen. Zijn taak bestond erin de leiding te nemen bij de blussingswerken die door de vrijwilligers werden uitgevoerd.

De brandspuiten moeten in 1791 nog door vrijwilligers worden aangevoerd. Men rekende dus op bepaalde ambachten zoals brouwers voor de wateraanvoer, metsers voor het blussen en verder op de mensen uit de omliggende huizen.

Niet alle rampen konden worden voorkomen, maar men was wel verstandig genoeg om telkens uit de tegenspoed lessen te trekken voor de toekomst.

Op 25 februari 1822 wordt in de stad een Brandreglement opgesteld. Het college van burgemeester en schepenen, vernieuwde het vorige reglement van 1807 en deed de nodige aanpassingen.

Een belangrijke vooruitgang komt er in 1844 en 1845. Het materieel en de brandweerpompen worden verbeterd, dit door enkele wijzigingen aan te brengen.

In 1859 komt er een eerste reorganisatie en wordt een brandweerkorps opgericht dat bestaat uit vaste vrijwilligers, de pompiers krijgen dan ook hun eerste tenue.

Opvallend is wel dat vooraleer er een korps van beroepsbrandweerlui tot stand kwam, het materiaal zowat overal in de stad verspreid werd bewaard. Pas vrij laat in de 18e en 19e eeuw ging men meer en meer centraliseren met name in de stadshallen (het huidige stadshuis). Het werd zelfs bewapend met een sabel en geweer. Dit kaderde in de militaristische en nationalistische tendens van de Belle Epoque.

In de periode van het gewapend korps werd het materiaal ondergebracht in het zogenaamde Hooimagazijn, voorheen de kerk van het oude Minderbroeders klooster aan de Minderbroeders gang. In 1937 verhuisde men naar de artilleriekazene op het Berthoudersplein.

Vanaf 1951 werd de oude meubelfabriek La Ligna in de Dageraadstraat het nieuwe onderkomen voor de pompiers.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de basis gelegd van het beroepskorps.

Zelf heb ik het geluk gehad om bijna 30 jaar deel te mogen uitmaken van dit verdienstelijk korps. Achteraf gezien de mooiste periode uit mijn loopbaan.

In 2019 werd de deur van onze trouwe stek in de Dageraadstraat definitief gesloten. Aan de Nekkersite werd een gloednieuwe moderne kazerne in dienst genomen.

wm

Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell