Mechelen: woensdag, 24 juni 2026
Artikel.1 van dit reglement stelt dat er in Mechelen een stedelijke beroepsbrandweerdienst is opgericht. Het korps staat onder het gezag van de burgemeester (Antoon Spinnoy 1945-1967) en maakt deel uit van de gewestelijke groep van Mechelen. Het is mede belast de geschikte maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand te bestuderen en te bewerkstelligen en tot het reddingswerk over te gaan.
De dienstprestaties van officieren en manschappen werden aldus geregeld dat steeds de helft van het korps en één officier aanwezig is in de kazerne. Ieder lid is achtereenvolgens 24 u op wacht en 24 u vrij.
Het spreekt voor zich dat de visie en manier van werken in de jaren '50 nog een gevolg was van het militaristisch korps begin 20e eeuw.
Vandaag is de werking van het korps gebaseerd op een heel andere structuur. Er werd toen heel nauw gekeken op orde en tucht in de kazerne, ook de hiërarchie onder de manschappen was één van de kenmerken van de discipline. Van enige inspraak was geen sprake, alle bevelen moesten gewoon worden uitgevoerd zonder tegenspraak.
Hoe zag een 24 uren dienst eruit in de jaren vijftig. Hieronder enkele voorbeelden ...
De opkomende wacht zal om 7.45 u de dienst aanvatten onder toezicht van de politiewacht. Na overgave van dienstzaken en materieel zal om 7.55 u na de naamafroeping de afzwaaiende wacht de kazerne verlaten. De dagindeling zag er als volgt uit:
De autovoerder van de 2e wagen staat in voor de centrale verwarming. Deze zal geregeld worden as volgt:
Huishouding
In iedere compagnie werd er een huishoudoverste gekozen, die een middagmaal, koffie en avondmaal zal verschaffen, hij moest tevens de kantine runnen onder toezicht van de postoverste. Hij moest instaan voor de keuken en keukenuitrusting. De eetmalen werden genomen van 12 tot 14 u en van 18 tot 19 u.
Bezoek
Het was aan de manschappen toegelaten, een kortstondig bezoek te ontvangen. In de kazerne of lokalen van de brandweer werd niemand toegelaten, uitgezonderd zij die een bewijs hadden van het gemeentebestuur en de leden van de gemeenteraad.
Dienst van de sergeant in de kazerne
De sergeant is in het bijzonder gelast met de uitvoering van al de treffen maatregelen in verbang met de inwendige orde. Hij doet de naamafroeping om 7.55 u, 8 u en 14 u en ziet de de houding en de kledij van de manschappen na. Op zondag en feestdagen begint het appel om 9 u. Hij doet elke dag nazicht van de gereinigde lokalen en ziet na of de opgelegde taken ook uitgevoerd worden.
Hij heeft toezicht over het middag en avondmaal. Hij geeft zich rekenschap dat wacht en waakdiensten geleverd worden. Om 18 u, na de karweien en onderhoudswerken, doet hij een algemeen nazicht van de uitegvoerde werken. Hij ziet de verlichting na en doet om 22 u een controle in de kazerne en dooft de lichten om 22.15 u.
Hij is verantwoordelijk tegenover de officier voor wat zijn dienst betreft. Hij geeft praktische oefeningen met materieel en geeft onderricht waaronder; kennis van de stad, gebouwen en watervoorziening onder toezicht van de officier van dienst.
Politie
Bij een grote brand of bij brand in een aangesloten gemeente, zullen de vrij zijnde manschappen opgeroepen worden door de politie. Zij zullen zich onmiddellijk naar de kazerne begeven en zich ter beschikking houden. De vrij zijnde manschappen die zich buiten de stad begeven, dienen hiervan de postoverste te verwittigen.
Dienst van de korporaal
In de kazerne: hij is als kameroverste verantwoordelijk voor de reinheid, orde en tucht in de slaapkamer. Om 22.15 u zal hij de lichten in de slaapkamer doven. Hij moet bij het reinigen van de lokalen mee toezicht houden en behulpzaam zijn. Bij afwezigheid van de sergant zal hij deze vervangen.
Bij brand: Hij voert met de bevelvoerende officier de verkenning uit. Hij brengt de bevelen van de officier over aan de sergeant. Hij verzekert de telefonische verbinding tussen de brand en de kazerne en vervoegt nadien de werkploeg.
In de schouwburg: vóór de vertoning als d.d. postoverste. De brandwachten moeten een half uur voor de vertoning aanwezig zijn. Hij voert een bespreking met de hoofdelektrieker-machinist. Dweilen en brandweermateriaal verdelen, de manschappen op de verschillende posten plaatsen en elk zijn orders geven en nagaan of ieder zijn dienst kent. Hij controleert of er emmers en een handpomp met water gevuld zijn.
Bij brand in de schouwburg: De ijzeren voorhang (gordijn) neerlaten. Alarm laten werken en de kazerne telefonisch verwittigen. Hij zal de officier van dienst verwittigen. Hij zal de bevelen van de officier die de blusverrichtingen leidt, uitvoeren in afwachting van de aankomst van de hulpwagen.
De dienst van de telefonist
Hij zal iedere telefonische verbinding, zowel ontvangen en inschrijven in een hiervoor bestemd register. Hij zal de gesprekken beleefd, zakelijk en correct voeren. Bij ontvangst van een oproep zegt hij: "De brandweer luistert". Bij oproep vangt hij aan met: "Hier de brandweer". Bij een oproep voor brand, hulp en gekwetsten, waterleidingsbreuk of schouwbrand vraagt hij:
Dienstdagen
Het verlof werd in tweemaal per jaar genomen worden en moest twee dienstdagen op voorhand bij de sergeant van de compagnie worden aangevraagd.
Die maakte de vraag over aan de officier van dienst.
Hij noteert alles en de bevelhebber bekrachtigd het verlof.
Spoedverlof werd alleen toegestaan de door de bevelhebber.
Plichten
Iedere autovoerder is verantwoordelijk voor zijn wagen. Vóór het aflossen van de wacht moet de opkomende autovoerder zijn wagen controleren. De benzinetank moet minimum voor 2/3 gevuld zijn. Indien er problemen zijn, zal de chauffeur de luitenant van wacht op de hoogte brengen. Bij een ernstig deffect zal de bevelhebber in kennis gesteld worden.
Elke dag zal iedere chauffeur die voor een wagen instaat de pompen laten draaien. Zaterdags moeten alle pompen proefdraaien en om 17 u was er een inspectie van de batterijen door de officier van dienst.
Elke autovoerder die met een motorpomp gewerkt heeft, hetzij bij brand, leegpompen van een kelder, enz. dient deze volledig te reinigen bij zijn terugkomst in de kazerne. Hij moet ze ook terug terug startklaar zetten. De wagens moeten elke dag in zindelijke staat zijn, bij overdracht aan de opkomende ploeg.
Aflegsystemen
De volgende procedures werden destijds regelmatig ingeoefend:
Op bezoek in de kazerne
Het leven in de kazerne in de jaren zestig is niet meer te vergelijken met vandaag.
Tegenwoordig is een brandweerkazerne een verzamelpunt van allerlei divers technisch interventiemateriaal en speciaal uitgeruste voertuigen. Dat was vroeger heel anders.
Dit filmpje geeft je een indruk van het reilen en zeilen toen. Het is nog ingesproken door wijlen Bob Davidse, beter gekend als nonkel bob.
Het spreekt voor zich dat het toen een heel andere tijd was. De tucht bestond uit de hoogst mogelijke orde en stipte uitvoering van de gegeven bevelen, zonder de minste tegenspraak. Geringe nalatigheid werd bestraft. Ieder lid van het brandweerpersoneel moest een regelmatig leven leiden. De ondergeschiktheid was de grondslag van de tucht. Elk lid van het korps welke rang hij ook had, moest zijn meerdere eerbied en geoorzaamheid bewijzen, ook buiten zijn dienst.
De commandant kon een arrest opleggen aan een lid die zich plichtig maakte aan een tekortkoming. De persoon in kwestie moest in zijn vrije dagen bij de oefeningen in de kazerne aanwezig zijn van 9 u tot 11 u en van 14 tot 16 u, voor elke hele dag arrest. De overige uren moest hij thuis vertoeven.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell