Mechelen: woensdag, 24 juni 2026

Bij de Mechelse pompiers

1822 - 2014

De start

Tijdens de gemeenteraad van 29 april 1954 wordt besloten om het bestaande gewapende brandweerkorps te ontbinden en te vervangen door een gemengd ongewapend korps. In feite was het een administratieve regeling van een reeds lang bestaande toestand. De geweren en sabels waren reeds lang in de kazerne vervangen door straalpijpen en brandweerslangen. Het beroepspersoneel werd uitgebreid tot 23 man.

De vroegere vrijwilligers werden ondertussen gedeeltelijk opgenomen onder het beroepspersoneel, de anderen werden vervangen door 40 stadswerklieden. De indeling van het korps resulteerde toen in het onderstaan model.

li
pw
Pompwagen Delahaye voor de kazerne in de Dageraadstraat
camm
Bestelwagen brandt uit in de Donkerlei
euroc
Industriebrand op Nekkerspoel

Twee compagnies

Van 10 manschappen + 1 officier, verzekeren om beurt de dienst gedurende 24 uren, onder leiding van de bevelhebber.

Dit was de heer Jozef Thues die vanaf 1950 de heer Emiel De Coster opvolgde die tot dan waarnemend bevelhebber was.

Indeling

  • 1 bevelhebber
  • 2 d.d. officieren
  • 1 eerste sergeant
  • 1 sergeant fourier
  • 1 d.d. sergeant
  • 2 korporaals

Specifieke taken

  • 6 autovoerders
  • 1 paswerker
  • 1 smid-lasser
  • 1 houtbewerker
  • 1 metser-betonbewerker
  • 1 fatsoensnijder

Tucht

  • De tucht bestaat uit: de hoogst mogelijke orde, de stipte uitvoering van de bevelen zonder de minste tegenspraak en de onverlijdelijke bestraffing van de geringste nalatigheden.
  • Ieder lid van het brandweerkorps moet een regelmatig leven leiden. Lasteren en vloeken worden niet geduld.
  • De ondergeschiktheid is de basis van de tucht. Dit geldt voor ieder lid van het korps van welke staat of rang hij ook mag zijn. Zo is de brandweerman-autovoerder eerbied en gehoorzaamheid verschuldigd aan de korporaal, de korporaal aan de sergeant, de sergeant aan de onderluitenant enz. In dezelfde graad geldt het aantal jaren dienst in die graad.
  • Ook buiten de dienst zal een mindere zijn meerderen de eerbied bewijzen.

Al wie zich niet kon vinden in allerlei tuchtmaatregelen en hier tegen zondigde wachtte een strafmaatregel. De opgelegde straf werd bekrachtigt door de bevelhebber. Hij kon de straf ook kwijtschelden.

De eerbiedsbewijzen

art.1Als meerderen dienen beschouwd: De koning, de gouverneur, burgemeester, schepenen, gemeenteraadsleden, politieofficieren van de stad Mechelen, elk lid van het Mechels brandweerkorps dat in rang hoger staat of dat langer in dienst is.

art.2 De groet: de rechterhand brengen aan de klep- of helmrand juist boven het rechteroog. De groet moet steeds ongedwongen uitgevoerd worden en duurt vier stappen. Alle brandweerlieden die een meerdere ontmoeten, groeten zodra deze op zes stappen genaderd is.

art.3 De eregroet: elk brandweerlid in kledij dat de koning of een begeleid brandweer of regimentsvaandel van het leger tegenkomt, maakt halt en groet tot dat deze voorbij getrokken is.

art.7 Houding in de kazerne: Wanneer een officier een kamer of lokaal binnenkomt, roept de eerste man die hem ziet:
Tot de orde. Op dat bevel houden al de manschappen die zich in het lokaal bevinden op met hun bezigheden en nemen de houding aan. Wanneer een onderofficier een slaapkamer bezoekt, wordt er gehandeld als voor een officier, maar nu roept men: Aan uw bed, de manschappen zetten zich in houding aan de voet van hun bed. Dit geldt niet voor de manschappen die zich reeds in bed bevinden.

art.8 Groet aan de brand: Aan de brand wordt alleen gegroet door de overste van de hulpploeg ter plaatse, en door brandweerlieden wanneer zij bij een meerdere verslag uitbrengen of inlichtingen verschaffen.

art.9 Beleefdheidsgroet aan burgers: De van dienst zijnde brandweerlieden, aangesproken door burgers nemen een correcte houding aan en beantwoorden elke groet. Zij zullen steeds beleefd en vriendelijk de gevraagde inlichtingen verschaffen voor zover zij die mogen geven.

De straffen

Er dient een onderscheid gemaakt tussen:

  • een straf voorstellen
  • een straf bepalen
  • een straf bekrachtigen

De commandant had het recht een straf door een officier voorgesteld te wijzigen of zelfs in te trekken. In al de gevallen moest de beschuldigde gehoord worden door de officier die de straf bepaalde.

Wist je dat ...

Wanneer een lid van het personeel zich schuldig maakte aan een tekortkoming, is het de commandant toegelaten hem een arrest op te leggen van vier dagen.

De persoon in kwestie moet tijdens zijn vrije dagen bij de oefeningen in de kazerne aanwezig zijn van 9 tot 11 u en van 14 tot 17 u voor elke dag arrest. De overige uren moet hij thuis vertoeven.

Dergelijke bestuurlijke maatregel waartegen GEEN BEROEP kan aangetekend worden, is geen tuchtmaatregel en mag niet in het strafwetboek worden ingeschreven.

Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell