Mechelen: woensdag, 24 juni 2026
In 1787 stonden er in de Stadshalle (nu het huidige stadhuis), naast den amigo (gevangenis,) drie grote brandspuiten. De opper-brand-spuitmeester toen was vermoedelijk ene Charles Wouter Geerts. In onze archieven vond ik terug dat men op 25 februari 1822 is overgegaan tot de oprichting van een pompierskorps, de naam van de eerste bevelhebber zou ene Jean Baptist Noëz geweest zijn.
Deze brandweerdienst heeft bestaan tot in 1859, want op 25 oktober 1859 is er een eerste reorganisatie geweest en werd J.B Goossens aangesteld als bevelhebber.
In 1862 werd de heer Smets bevelhebber en bij de inrichting van het gewapend korps in 1894 werd Alfons Hertsens aangesteld tot kapitein-bevelhebber, hij zou het korps gedurende 36 jaar leiden, op 4 april 1930 werd zijn opvolger Jan Dogaer tot ere-bevelhebber benoemd.
Kpt. bevelhebber - 30/01/1895
Kpt. bevelhebber - 3/10/1933
Luitenant bevelhebber - 3/3/1939
Cmdt. bevelh - 21/10/1950
Bevelhebbers van het vrijwillig gewapend korpsOp 3 oktober 1933 nam Jacques De Coster het bevel over van zijn voorganger Jan Dogaer.
Op de foto, de drie figuren die altijd vereeuwigd blijven met korps: links Louis Noëz, in het midden Jaques De Coster en rechts Paul Noëz.
Noëz Leopold wordt op 3 maart 1939 benoemd tot luitenant-bevelhebber. Op 25 september 1944 wordt de aanstelling ingetrokken door het stadsbestuur en wordt betrokkene eervol ontslagen.
Volgens goed ingelichte bron waren er vermoedens van collaboratie met de Duitse bezetter.
Tijdens de periode van de Tweede Wereldoorlog werd bij collegebesluit op 5 oktober 1944, Emiel De Coster zoon van Jacques De Coster tijdelijk aangesteld als onderluitenant bevelhebber. Hij was in dienst sinds 14 februari 1921.
Hij werd nooit officieel benoemd. Toenmalig socialistisch burgemeester Anthoon Spinnoy had aan Emiel De Coster gevraagd om met zijn brandweerkorps deel te nemen aan de 1 mei stoet, hij weigerde dit principieel. Dit was de reden van zijn niet benoeming.
Op 20 juli 1950 voert het college een reorganisatie door in het brandweerkorps met gevolg dat Emiel De Coster vanaf 1 augustus 1950 niet langer bevelhebber meer is.
Hij krijgt 6 maand vooropzeg en werd opgevolgd door Jozef Thues, die de eerste bevelhebber was van het beroepskorps.
Leidde als eerste het beroepskorpsTrad op 21 oktober 1950 in dienst als bevelhebber van de stedelijke gewapende brandweer in Mechelen.
Bij besluit van 3 juli 1951 werd hij door de Antwerpse provinciegouverneur benoemd tot brandmeester van de gewestelijke groep van Mechelen.
Hij verving Rombout Emiel De Coster, die op 16 september 1938 als sergeant bij de vrijwillige brandweer van Mechelen tot brandmeester benoemd was en van dan af deze functie bleef uitoefenen.
Hij werd geboren in Antwerpen op 11 mei 1906. In 1967 overlijdt de heer Thues.
Gedurende 17 jaar en onder zijn impuls bouwde hij aan de Mechelse brandweer.
Met een stevige kern van beroepspersoneel organiseerde hij de brandbestrijding in de regio Mechelen.
Eén van de markantste figuren in ons korps na de Tweede Wereldoorlog was toch wel George Hendrickx. De commandant straalde gezag uit bij iedereen en kreeg veel respect van zijn manschappen. Bij elke grote interventie was hij aanwezig en dagelijks deed hij zijn toer in de kazerne. Hij was de grote baas van het korps, daar kon men op het stadhuis van meespreken.
Op 1 juni 1968 treed de heer Georges Hendrickx in dienst als opvolger
van commandant Thues. Voordien was Hendrickx sinds 1 februari 1956 conducteur bij de stedelijke regie waterleiding in de Dijlestad.
Daar werd Hendrickx meteen al geconfronteerd met een zware brand. Het moet zijn dat hij een speciale feeling had, want toen hij op 1 februari 1956 van het groot station door de Bruul ging, stonden de pompiers me daar met groot alarm en veel gespuit op te wachten en te begroeten, want cinema Rio en Rex stonden in lichterlaaie.
In mijn geheugen zit ook nog de ontploffing van Metalurgia, (bij de Mechelaars beter bekend als het bommenkot). In 1967 overleden burgemeester Antoon Spinoy en brandweerbevelhebber Thues. Begin '68 werd me gevraagd of ik naar de brandweer wou overgaan. Na een examen deed ik mijn intrede in het Mechese korps vertelt Georges. Aanvankelijk voerde de commandant het bevel over 33 manschappen.
Onder zijn leiding werd het Mechelse beroepskorps uitgebreid tot 89 man, veel te weinig vond hij.
De grootste branden
Mijn eerste brand was op een zaterdagvoormiddag in de Spreeuwenhuisstraat, waar een opslagplaats van een garnierderij in de fik stond. Ik ging naar alle branden om mij zo snel mogelijk van de situatie te vergewissen. Maar de eerste echte grote brand kwan eraan op een avond in maart 1969, op de Putsesteenweg in Sint Katelijne waver. Een tankwagen met 30.000 liter propaangas stond in brand in een benzinestation vlak voor een fabriek waar gasflessen werden gevuld.
Toen ik ter plaatse kwam zag ik een enorme steekvlam uit de tankwagen komen. Ik plaatste mijn auto op 50 m voor de brand voor het bedrijf Peeters, de baas vroeg me nog, het kan toch zeker geen kwaad dat het ontploft, want anders zijn al mijn ruiten kapot. Ik antwoordde nee man anders zou ik mijn auto hier toch niet zetten.
Later zou het wel anders uitdraaien ... de tankwagen ontplofte toch. Net een V1 bom. Vijf van zijn manschappen werden met zware verwondingen weggevoerd. De buurt op Pasbrug ontsnapte aan een grote ramp.
De meeste grote branden die George Hendrickx in zijn carriëre beleefde waren ondermeer:
Op 1 juni 1994 ging commandant George Hendrickx met pensioen. Na een loopbaan van 25 jaar als bevelhebber van ons korps, is dit verder uitgegroeid tot 89 manschappen en heeft dit een goede reputatie verworven.
Zijn meest trieste ervaring was het drama waarbij op 29 april 1975 vier van zijn manschappen om het leven kwamen bij een helikopterongeval te Walem. Dat waren verschrikkelijke momenten. Ook daarna toen hij met de Mille Rombouts (toenmalig adjudant) de families van de slachtoffers moest gaan verwittigen. Zij blijven steeds in zijn herinnering.
Maar er waren ook vele gelukkige momenten. Zijn grootste voldoening was de verbouwing van de brandweerkazerne in 1982, Mechelen werd toen aangeduid als Y-Centrum.
George Hendrickx werd geboren op 16/08/1930 in Mechelen en is overleden op 21/09/2019 (Bonheiden).
Op 1 juli 1994 wordt
kapitein Jean Cassimon officiëel bevordert wordt tot kapitein-commandant van de Mechelse brandweer. Het korps beschermt op dat ogenblik een gebied met 125.000 inwoners.
Hij was reeds 23 jaar in dienst bij de Mechelse brandweer. Als je vader ook al heel zijn leven pompier is geweest word je ontegensprekelijk ook in die richting geduwd. De verhalen van vader Petrus boeiden mij zodanig dat ik hier nog geen dag spijt van heb zei Jean.
Zijn eerste stappen bij de Mechelse brandweer zette hij in juli 1975 als onderluitenant. Een vaste benoeming kreeg hij op 1 juli 1976, hij behaalde het brevet van preventionist en werd in 1978 tot kapitein bevorderd.
Hij was van dan af tweede hoogste officier in commando. Ook hij had de leiding tijdens verschillende grote interventies in zijn carriëre, enkele daarvan waren:
Ontploffing
Bijzonder spectaculair is de ontploffing in 1978 van een tot woning omgebouwd ARAL benzinestation en garage aan de Zemstbaan, recht tegenover de toegang tot de toenmalige GB. De Italiaanse eigenaar sterft bij de ontploffing maar brandweermannen slagen erin een andere persoon levend van onder het puin te halen.
Industriebrand bij de firma Eurocan
Op 27 oktober 1978 rond 7u is het verschrikkelijk raak bij het blikjesbedrijf Eurocan (oorzaak onbekend) aan de Nekkerspoel (tegenwoordig is dat de Maanstraat), waar nu een winkelcentrum is.
De toenmalige luitenant Jean Cassimon mist op zeker ogenblik één van zijn manschappen. Met een persluchttoestel dringt hij het puin binnen en roept af en toe tot hij een zwak antwoord hoort.
Kruipend bereikt hij zijn brandweerman die naast zijn slang ligt en via het bluswater nog enigszins zuurstof kan opnemen in de verstikkende rook. Cassimon sleept hem weg en de mannen kruipen achteruit, ieder op zijn beurt met gebruik van die perslucht, tot ze in veiligheid zijn.
Het ruim 4 hectaren grote bedrijf aan de Boerenkrijgstraat ging volledig in de as. Het volledige brandweerkorps samen met de Civiele Bescherming hadden de handen vol met blussen. Het rampenplan werd afgekondigd.
Op 1 mei 2004 ging commandant Jean Cassimon met pensioen, hij werd opgevolgd door commandant Philippe Maudens die vanaf dan de leiding had over het korps.
Uit de archieven blijkt dat men in de periode vóór de Eerste Wereldoorlog voornamelijk de Franse taal gebruikte. Zo werden de registers ook opgemaakt in het Frans. Hieruit bleek dat in 1857 een zekere Goossens conducteur (bevelhebber) was van het vrijwillige pompierskorps.
In de periode 1880-1890 was Smets Jan conducteur des travaux. Hij had toen de leiding.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell