Mechelen: woensdag, 24 juni 2026
Noëz is eigenlijk de oudste Mechelse pompiersfamilie, want sinds de oprichting in 1822 tot op het einde van de jaren '70 hebben ze een Noëz onder hun leden geteld.
Bij de oprichting van het korps op 25 januari 1822 werd Jan Baptist Noëz, overgrootvader van luitenant Louis Noëz en van beroep schaliedekker als eerste helper van pomp nr 1 aangesteld.
De naam van de familie Noëz kwam 157 jaar ononderbroken voor in het brandweerkorps. Op 1 september 1979 ging de laatste Noëz in ons korps, adjudant Louis op rust. Sinds de oprichting van het korps leverde de familie Noëz 13 brandweermannen.
In het burgerleven waren zij allen schaliedekkers en werkte voor de stad Mechelen. Uit hoofde van hun beroep, waren zij verplicht op straf van boete, om zich bij brand onmiddellijk naar de plaats van het onheil te begeven.
Mij viel in het reglement van 1822 op dat men niet de naam van Johannes Baptist vernoemde maar wel sprak over de zoon van Noëz. Dit reglement verwees naar dat van 1807.
In het Mechels archief vond ik bij de rubriek Brandweer geen wet van 1807. Plotseling viel me op dat de kosten van de toenmalige brandweer gedragen werden door de Mechelse politie.
In 1822 kende men vader Adrianus blijkbaar goed bij de stad, omwille van de formulering in het reglement. Wellicht volgde Joannes zijn vader op en was deze laatste inmiddels bevorderd tot helper spuitgast van de eerste spuit. Joannes Noëz was 18 geworden en zou de brandweer dienen gedurende 22 jaar.
Vader Adrianus was leidekker en bracht het zelfs tot meester in dat vak, alhoewel hij niet kon schrijven. Een niet ongevaarlijke job. Houten ladders, steile daken, tonnen leien, heel wat sleur en gewichtwerk. Die mannen kenden als geen ander de sterke en zwakke punten van een dak, de toestand van het hout, de schouwloop.
Ze waren zowel thuis op gewone daken, als die van fabrieken en van kerken. Ook vieringtorens en de ranke steile spitsen van de Brusselpoort waren hun werkterrein. Deze vaardigheid wist de stad te benutten om die kerels te verplichten bij brand mee te helpen komen blussen. Als ze zich bij de brandweer inlijfden konden ze van de stad werk krijgen. Het repareren van stadsdaken, bracht heel wat geld op.
Vanaf 1822 zien we de familie Noëz tot 1979 onafgebroken vuur helpen blussen bij de Mechelse brandweer. Ze deden het niet slecht want van bijstand eerste spuit in 1822, tellen we onder hen een brigadier, een wachtmeester, enkele korporaals, een sergeant, een adjudant, een luitenant en zelfs een bevelhebber.
Drie onder hen hielden het dertig jaar en meer uit, zoals de laatste van de Noëz 39 jaar. Er zijn er die eeuwig geboekt staan voor moed en opoffering en die gelouwerd zijn met een heleboel eretekens. De familie Noëz die 157 jaar mee de geschiedenis van de stedelijke brandweer heeft geschreven, zelfs al begon die geschiedenis in de 19e eeuw, het is niet niks!
Tot in 1859 bij de herinrichting van ons stedelijk pompierskorps waren nog drie Noëz in dienst.
Deze Noëz dienden allen in het Mechels korps:
Ik wil er nog wat jaartjes bijdoen. Naar mijn mening hebben de Noëz 172 jaar gediend. Niet zo bijster veel meer. Maar toch, geschiedenis blijft leven en nieuwigheden opleveren. Zelfs details zijn dan belangrijk.
Er zijn er die eeuwig geboekt staan voor moed en opoffering.
Dit leidde me naar hun dossier in het stadsarchief, waar ik het reglement van 1807 vond. Dit toonde aan dat Adrianus, vader van Joannes, al brandweerman was van de stad Mechelen vóór 1822. Alleen kan ik niet bewijzen sinds wanneer? Het is best mogelijk dat hij al in 1807 in dienst van de stad stond te helpen blussen als handwerkman bij de vierde spuit!
Werd geboren op 24 juli 1881 in Mechelen. Hij trad in dienst in 1901 en werd definitief opgenomen in het korps in 1902. Hij haalde verschillende brevetten waaronder:
Hij kreeg ook verschillende onderscheidingen:
Werd geboren op 21 maart 1891 te Mechelen. In dienst getreden 1913. Hij behaalde volgende brevetten:
Hij kreeg onderscheidingen voor:
Paul Noëz werd geboren te Mechelen op 24 juli 1881.
Bij Koninklijk Besluit van 14 november 1934 werd hij bevorderd tot luitenant, nochtans was hij niet in het bezit van het brevet van brandweerofficier.
Gelet op de koninklijke besluiten van 15 maart 1935, 3 juli 1936 en 17 september 1937 op de herinrichting der brandweerdiensten en tot goedkeuring van het model-grondreglement werd besloten volgens art.1 dat Leopold Noëz werd aangesteld als bevelhebber van het Mechels vrijwillig brandweerkorps. De voorwaarde was wel dat hij zich zo snel mogelijk in orde moet stellen met de reglementaire bepalingen om tot benoeming te kunnen overgaan. Dit werd besloten te Antwerpen op 3 maart 1939:
art.1 De aanstelling als bevelhebber van het vrijwillig gewapend korps Mechelen wordt ingetrokken op 25 september 1944.
Op 19 januari 1952 vraagt de heer Leopold Noëz wonende te Mechelen in de XII Apostellenstraat 2, eervol ontslag te verlenen als luitenant-bevelhebber van de vrijwillige gewapende brandweer Mechelen.
Besluit: aangezien aanvrager tijdens de oorlog na het bereiken van zijn ouderdomsgrens
op 24 juli 1941 zonder meer in functie is gebleven tot op het ogenblik van zijn schorsing door waarnemend burgemeester Camiel Baeck van Mechelen
op 25 september 1944.
Paul Noëz overleed op 29 april 1964. Hij woonde toen in de XII Apostelenstraat,13 in Mechelen.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell