Mechelen: woensdag, 24 juni 2026
In de 20e eeuw kende Mechelen verschillende rampenhuizen waarin zich verschrikkelijke taferelen afspeelden. De pompiers hadden de zware taak om de slachtoffers te bergen, dit zorgde soms voor drama's zeker wanneer er ook collega's bij betrokken waren. Dit waren de vier ergste rampen die zich in de stad afspeelden.
Op 25 november 1903 werd Mechelen opgeschrikt door de dood van 3 vrouwen in de Schoutetstraat. Het huis stond op een overwelfde vliet van de Korte Heergracht. De vloer van de kolenkelder was onopgemerkt ingezakt en het water van de vliet reeds tegen het keldergewelf.
Het was in november en koud, omstreeks ging de moeder de trap af om kolen te gaan halen maar zij keerde niet terug.
Vermoedelijk viel de moeder er eerst in het water. De dochters snelden toe om haar te helpen en werden ook door het water meegesleurd. Tenslotte ging de zoon voorzichtig de keldertrap af en zag wat er gebeurd was, maar alle hulp kwam te laat.
Hij kon zijn jongste zus nog uit het water trekken maar ze was al overleden. Rond middernacht en bij lage tij werden de twee andere lichamen door de pompiers geborgen.
Catharina Schoeters werd 57 jaar. Haar dochters Paulina en Cecilia waren respectievelijk 24 en 19 jaar. Duizenden Mechelaars woonden op 29 november 1903 de begrafenis bij.
In de nacht van 15 op 16 oktober 1910 stortte een deel van het huis en drukkerij Godenne op de Grote Markt 30 in.
Twee bewoners kwamen om. De ramp zou nog vreselijker geweest zijn als er een paar moedige burgers en de pompiers niet in geslaagd waren om vier personen die onder het puin begraven lagen, uit te graven.
Pompier Georges Cluytens was één van de helden die erin lukte om twee slachtoffers te bevrijden ondanks de moeilijke omstandigheden en gebrek aan middelen waarmee de pompiers te maken hadden.
Op vrijdag 21 januari 1927 was er een verschrikkelijke gasverstikking in de Moenstraat 31. Een gans burgergezin, man vrouw en twee kinderen werden door het gas verstikt.
Het betrof het gezin Comijn-Hendrickx. De lijken werden gevonden door de buurman, omdat erop zijn binnenkoertje een gasgeur hing.
De begrafenis van de vier slachtoffers was op 25 januari 1927 en vond plaats in Onze Lieve Vrouwkerk die te klein was om de rouwende medeburgers te kunnen ontvangen.
Het ergste drama gebeurde op 1 mei 1944. In de nacht van 1 mei werd Mechelen voor de tweede keer zwaar gebombardeerd. In het pand en magazijn van Van Meerbeek in de Groenstraat vielen de meeste slachtoffers.
Op 19 april was het vooral de wijk Arsenaal-De Bercht die getroffen werd door een groot bombardement. Maar in de nacht van 1 mei 1944 werden helaas woonwijken getroffen. Eén van deze wijken was de omgeving van Lange Nieuwstraat-Groenstraat.
De bommen vielen op het magazijn van aannemer Van Meerbeek en alles werd verwoest, het huis was volledig weg. Alle buren wisten dat Van Meerbeek een uiterst sterke kelder had uitgebouwd die met stevige balken gestut was en onverwoestbaar was tot op 1 mei.
Er waren veel mensen in deze schuilkelder aanwezig, niet alleen de familie maar ook buren. De bom was direct op een verluchtingskoker gevallen en ontploft. Dit zorgde voor een onderdruk die het hele pand had weggeveegd.
32 mensen die in de kelder zaten waren op slag dood. De pompiers hadden de moeilijke taak om alle lijken te bergen.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell