Mechelen: woensdag, 24 juni 2026

Bij de Mechelse pompiers

1822 - 2014

De stad bij brand en onheil

Voor de stad Mechelen gaat de eerste vermelding van een brandweerdienst terug tot een reglement uit 1822, waarschijnlijk naar aanleiding van een omzendbrief van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 29 november 1821.

Op 25 februari 1822 wordt in de stad een eerste Brandreglement opgesteld. Het college van burgemeester en schepenen, vernieuwde het vorige reglement van 1807 en deed de nodige aanpassingen waarvan je hieronder de belangrijkste punten kan lezen.

li

Brandreglement van 1807

  • art.1Zodra er een brand in de stad ontstaat zal de trompetter, torenwachter aan de vier hoeken van de toren blazen, 's nachts zal hij een lantaarn uithangen en tijdens de dag een rood vaandel, altijd langs de kant van de brand. Alle hoveniers en mestrapers moeten ook op de eerste waarschuwing tonnen water met hun paarden, karren en sleden ter plaatse brengen zo vaak het nodig is.
  • art.2De bewaarder van de hoofdkerk moet de brandklok luiden
  • art.3De nachtwakers, bediende van de politie en alle andere personen moeten zodra zij de brand ontdekken; Brand, Brand roepen en zo mogelijk de richting aanwijzen. De politie moet alle wijken doorlopen waar de brand woedt en de bewoners waarschuwen: de opper-brandmeester, de bewaarder van de kerk, de heren burgemeester en schepenen, de secretaris van de stad en de commissaris van de politie, de commandanten van de garnisoens moeten de Maré Chaussée verwittigen. (de stad stond toen nog onder het bevel van de Nederlanders, want België bestond toen nog niet!)
  • art.4Brandreglement De bestierders der brandspuiten en hun helpers worden zo vlug mogelijk gewaarschuwd.
  • art.5De Bouwmeester en opperste-brand-spuitmeester als ook alle andere stadswerklui moeten zich naar de stadshalle begeven om vandaar de werktuigen en spuiten naar de plaats van de brand te begeven.
  • art.6De grote spuiten moeten bediend worden door tien personen, waarvan twee bestierders, twee helpers en zes werklui, deze dragen allen een lederen muts met de nummer van de spuit op.
  • art.7De opper-brand-spuitmeester (bevelhebber), draagt op ziijn muts een rode pluim en zal het toezicht hebben over de interventie.
  • art.8Zijn benoemd tot opper-brand-spuit-meester, sieur (mijnheer) Cornelius Walschaerts.
  • art.9Van spuit Nr.1 Briers, timmerman en JB.Van der Meulen, blekslager.
  • art.10Van spuit Nr.2 Vos, bezetter, en A.Maes, smid.
  • art.11Van spuit Nr.3 Francq, tingieter en Van Buscom, smid.
  • art.12Van spuit Nr.4 Pluys, metser en Steeghmans, zeeldraaier.
  • art.13Van spuit Nr.5 Pluys, glazenmaker en Wauter Geerts, smid.
  • art.14Voor de helpers van de spuit Nr.1, zijn benoemd Maes en Noëz, schaliedekker, voor Nr.2 J.B Hertoghe, schrijnwerker en Ph.Goris, timmerman, voor spuit Nr.3 Janssens, draaier en JF.Van den Eynde, steenkapper, voor spuit Nr.4 P.J.Smets, glazenmaker en voor spuit Nr.5 Van den Heuvel, hoofd der stads-handwerkers.
  • art.15De huisbewaarder zal in het brandhuis (kazerne in de stadshalle) blijven om alle werktuigen naar de plaats van de brand te brengen.
  • art.17Alle inwoners van de stad worden gevraagd om te helpen bij het vervoeren van de brandspuiten naar de plaats van de brand, ze krijgen een premie van 6 gulden.
  • art.18De politiecommissaris, de bouwmeester, de opperbrandspuit-meester en de bestierders zullen het volk aanmoedigen om mee de brand te helpen blussen.
  • art.19De schepen die gelast is met de politie zal gezamelijk met de bouwmeester-controleur van de stad en de opper-brandspuit-meester zullen alle twee maanden een nauwleurige schouwing doen van al de brandspuiten en werktuigen.
  • art.20Twee maal per jaar zullen er op de Grote Markt in de maanden april en september publieke oefeningen plaatsvinden.

Ambachtslieden

art.16 Alle metsers, timmerlieden, schalie-dekkers, schouwvegers en andere arbeiders zijn verplicht zich naar de plaats van de brand te begeven om het vuur te helpen blussen.

Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell