Mechelen: woensdag, 24 juni 2026

Bij de Mechelse pompiers

1822 - 2014

Aanstellingen

Het Vrijwillig Gewapend pompierskorps van Mechelen werd geboren uit de gemeenteraadzitting van 28 juni 1894, toen het verslag der Bijzondere Commissie, gelast met de studie der hervormingsplannen werd voorgedragen en aangenomen. De toen gestemde standregels van het korps omvatten een veertigtal artikels. Volgende personen werden tot officieren van het hervormde korps aangesteld:

  • Alfons Hertsens tot kapitein bevelhebber
  • Jozef Gauthier tot 1e luitenant
  • Franckx Jozef tot 2e luitenant
  • Dr. Peeters August tot luitenant-korpsdokter
  • Emiel Van den Bergh tot onderluitenant

Voorzitter van het brandweerkorps was de actieve dokter Le Blus, in zijn bloeiende privépraktijk was hij hoofdheelmeester van het Burgerlijk Gasthuis van Mechelen en was ook geneesheer van de Burgerwacht. In 1894 werd hij provincieraadslid voor de katholieke partij en in 1900 schepen van Openbare Werken.

li

De graden

Alle leden van het korps die zich in uniformskleding vertonen, moesten zich gedragen aan alle voorschriften in gebruik bij het Belgische leger.

herts
Kapitein bevelhebber Alfons Hertsens
Kapitein-bevelhebber (Alfons Hertsens)

oefent zijn waakzaamheid over alle delen van de dienst. Hij beveelt de luitenant, hij verzekert zich van het goed onderhoud van het materieel van de dienst, na elke vergadering moet hij een dubbele lijst opmaken waarop aangeduid staat wie afwezig is en past hieraan een geldboete toe.

Luitenant (Jozef Gauthier)

is de natuurlijke helper van de kapitein-bevelhebber in alle delen van de dienst. Hij vervangt hem bij afwezigheid. Hij is bijzonder belast met de bewapening en de uitrusting der leden. Hij geeft ook theoretische en praktische oefeningen.

Onderluitenanten (Jan Dogaer en Emiel Van den Bergh)

houden zich bezig met alle bijzonderheden van de dienst. De eerste onderluitenant is gelast de manschappen het gebruik van het materieel aan te leren. Hij zal na iedere brand verslag uitbrengen aan de bevelhebber. De tweede onderluitenant zal de eerste bijstaan.

Geneesheer (August Pieters)

de dokter van het korps is verplicht bij iedere brand aanwezig te zijn. Hij neemt deel aan de algemene oefeningen, vuuroefeningen en reddingsoefeningen. Hij is gehouden een huisbezoek te brengen, bij ziekte van een pompier.

Sergeant-Majoor (Georges Cluytens)

deze vervult de dienst van secretaris van de kapitein-bevelhebber en is gelast met de boekhouding van het korps.

Sergeant-Fourier (Jacques De Coster)

de fourier helpt de sergeant-majoor in alle functies en vervangt indien nodig.

Dienst van het brandspuitlokaal

Door bevelhebber kapitein Alfons Hertsens wordt in 1898 een document opgesteld waarin de werking en uitvoering van deze dienst staat vermeld. De volgende punten waarin hierin bijzonder van toepassing:

  • De dienst van het brandspuitlokaal (voorloper van de brandweerkazerne), wordt toevertrouwd aan twee aangestelden welke aanzien worden als personeel van openbare werken van de stad.
  • Zij zullen voor deze dienst ieder een jaarwedde genieten van 800 Bf.
  • Er zal gedurende dag en nacht één der aangestelden in het lokaal aanwezig moeten zijn. Tijdens die 24 uren zal hij zijn post geen enkel moment mogen verlaten, hij mag niet weggaan vooraleer hij vervangen is door zijn collega.
  • De in dienst zijnde aangestelde zal dagelijks gedurende tien uren moeten werken; kuisen, invetten van de spuiten en nazien van al het andere blusmateriaal.
  • De aangestelden zullen op de dagen dat zij buiten dienst zijn in het brandspuitlokaal gedurende 6 uur per dag van 9 tot 12u en van 13.30 tot 16.30u in de stadshalle werkzaam zijn, mits een dagloon van 6 Bf. per week.
  • Gedurende hun dienst in het lokaal zullen de aangestelden een pompiers of werkkledij dragen die door de stad tot hun beschikking zal gesteld worden.
  • Voor wat de oefeningen aangaat van het pompierskorps en in geval van brand, staan de aangestelden van het brandspuithuis onder de bevelen van de overste van het korps, aan welke zij ten allen tijde eerbied verschuldigd zijn.
  • In totaal waren 33 leden van het korps aangesloten bij de telefoon of een andere alarminstallatie.

Goedkeuring

De volgende personen werden door het schepencollege op 30 januari 1895 benoemd en aangewezen als onderofficieren en korporaals:

  • Sergeant-majoor de heer Van den Broeck
  • Sergeant-fourier de heer Van Rompaye
  • Sergeant de heer Goossens L, De Vos I, Dogaer J. en Verlinden J.
  • Korporaals de heren Marck F, Maes J, Cluytens J, Storme G, Noëz Louis, Noëz Karel, Janssens A. en Houthuys E.

Werden nog benoemd door de bestuursraad: de heer Geens F. als sergeant en de heren Verlinden J. en Smets J. als korporaals. De heer Goossens L. werd aangeduid door de gemeenteraad als onderofficier schrijver bij de bestuursraad.

Kapitein-bevelhebber

Bij de start van het gewapend korps in 1894 werd Alfons Hertsens aangesteld tot kapitein-bevelhebber, hij zou het korps gedurende 36 jaar leiden, op 4 april 1930 werd zijn opvolger Jan Dogaer benoemd tot Ere-Bevelhebber.

De familie Hertsens is door de wat oudere Mechelaars nog gekend, zij hadden een grote ijzerhandel op de Korenmarkt en een magazijn op de zoutwerf.

Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell